Verschil
het is augustus, samen liggen we op de planken van het dakterras, langzaam verlaat de hitte ons lijf. je past in mijn heupen, en soms ben ik langer dan jij bent we blazen naar elkaar, slaan nieuwsgierig onze nagels uit het is augustus, ik heb het nog nooit zo koud gehad
omringd door vier glazen wanden.
we horen treinen vertrekken, stemmen uit ramen dwalen, een allerlaatste auto remmen.
alleen de maan blijft over.
stil blijf ik liggen op mijn rug en zie hoe sommige sterren
vallen als satellieten, als vliegtuigjes.
onder de huid voel je aan als staal. gehard, geoefend.
ik nestel me onder jouw ribben, kus en tel je knokkels.
en toch lijkt alles van mij nog klein.
je leert me bijten. van me af, naar jou toe.
je leert me hechten, wond voor wond.
je leert me mijzelf af te leren.
en slapen later weer neus tegen neus, hongerige vleeseters als we zijn.
je staat op, naakt tussen de vogels, de tuinen, de balkons, de kantoren
en zet voor mij koffie met melk.
Reacties: