Stof
in mijn handen wordt een potlood ik ben dan al een splintertje deeltjes wachtende mensen laat hem vallen al wordt hij kleurloos en splijt hij licht ik zal het zien gebeuren
geen diamant
misschien ooit uit zichzelf
langzaam, met levenloos geduld
spaanplaat, een glasscherfje
aan de bezem ontschoten
een lusje gloeidraad
en onopgemerkt breekt het grafiet
onbeholpen omhelsd door hout
geen punt meer aan te slijpen
alleen te beschrijven met zijn eigen gruis
spat hij op gewone grond uiteen
langs eigen kleine innerlijke fouten
en ik zal het niet zien
Reacties:
Paul:Mooi.