Charon
rubberen tegels om de val te verzachten perrons die we zelden betreden de tijd die een brug heeft mijn schaduw vermagert, maakt zich los
blind plaveisel dat voetzolen ribbelend lokt
naar zebrapaden, zelfs slaapwandelend
weten we zo onze bureaus nog te vinden
het station ligt overal te dichtbij
tussen de sporen volharden een jas
een halve stoeptegel en een verminkte
ghettoblaster in hun roes, sterker dan wij
in een dood hoekje op het viaduct
verzamelen zich opengebroken fietssloten
om open te staan
een paar gedachten
trage schepen, mijn gebreken
grind dat glijdt over water
uitgestort in bergjes toeval
en wetmatigheid
fladdert mee met een duivensilhouet
zoek een nis om stil in te staan
of een regenpijp die twinkelt van binnen
Reacties: