Takken
ivoren tonen hameren neer op verstarde als noten drukken ze zich tegen het papier ze speelt herfstwind in het bos, pianissimo haar onvolgroeide geraamte beweegt zich keurig, boventonen van spierpijn botten uit
zenuwen, aderen strekken zich uit
tot takken als knokige meisjesvingers
klinkende druppels vallen neer als vruchten
van dorre bomen neer op hun huid
schuilen voor haar lichtheid
die de bladzijden omblaast maar vervliegt
op schuwe, halfbewuste vingerzettingen
op gemmuficeerd hout, omfloerst door stof
dwarrelend, geplooid, kriebelend, ademend
als een instrument
wortelen een ongeboren, onbeschreven begeerte
een schemerig voorspel tot herkenning
Reacties: